Rekovelle

Rekovelle® stimuleert de groei en ontwikkeling van meerdere eiblaasjes (‘follikels’) in de eierstokken, waaruit eicellen worden gewonnen die in het laboratorium worden bevrucht.

Nee, Rekovelle® mag niet gebruikt worden tijdens het geven van borstvoeding, omdat er onvoldoende gegevens bekend zijn om mogelijke effecten van Rekovelle® in de moedermelk te beoordelen.

De behandeling met Rekovelle® moet 2 of 3 dagen na het begin van de menstruatie worden gestart en worden voortgezet tot een adequate follikelontwikkeling (≥ 3 follikels ≥ 17 mm) is bereikt, wat gemiddeld op de negende dag van de behandeling het geval is (variërend van 5 tot 20 dagen).
De arts geeft aan hoe lang u Rekovelle dient te gebruiken.

Neem geen dubbele dosis om een vergeten dosis in te halen. Neem contact op met uw arts zodra u merkt dat u een dosis vergeten bent.

Rekovelle® moet eenmaal per dag onderhuids worden geïnjecteerd met de Rekovelle - injectiepen, gewoonlijk in de buik. Kies iedere dag een iets andere plaats voor de injectie. Om een pijnlijk gevoel te verminderen kunt u voor het injec­teren een ijsklontje op de plaats van injectie leggen.

De uiterste houdbaarheidsdatum is te vinden op het etiket van de voorgevulde pen en van de doos achter het woord “EXP”. Daar staan een maand en een jaar. De laatste dag van die maand is de uiterste houdbaarheidsdatum.

Ongeopend: Bewaren in de koelkast (2°C – 8°C). Niet in de vriezer bewaren. Vóór het eerste gebruik bewaren in de oorspronkelijke verpakking ter bescherming tegen licht.

Buiten de koelkast: Rekovelle kan maximaal 3 maanden buiten de koelkast (tot 25°C) worden bewaard.

Na het eerste gebruik mag de pen maximaal 28 dagen worden bewaard bij 2°C tot 25°C.

Het verdient de voorkeur alleen de aangebroken Rekovelle pen buiten de koelkast te bewaren en de voorraad in de koelkast te zetten.

Na het eerste gebruik (ingebruikperiode): de pen mag maximaal 28 dagen worden bewaard bij 2°C tot 25°C.
Na iedere injectie moet de injectienaald worden verwijderd (zie Rekovelle instructiefilm hoe dit moet) en in een naaldencontainer worden gedaan. U kunt bij de apotheek of bij de verpleegkundige een naaldencontainer vragen. De naaldencontainer kunt u na gebruik of als deze vol is inleveren/omruilen bij de apotheek of verpleegkundige.

De Rekovelle pen kan voor meerdere injecties gebruikt worden. Als de pen leeg is, doet u hem in de naaldencontainer.

Het is goed om met de behandelende arts te overleggen welke medicijnen u gebruikt, wel eens gebruikt hebt of gaat gebruiken. De arts zal aangeven of u deze medicijnen kan (blijven) gebruiken.

Als u zwanger wilt worden, is het van belang dat uw lichaam in goede conditie is en dat u goed geïnfor­meerd de behandeling start.

De dosis Rekovelle® voor uw eerste behandelcyclus wordt bepaald aan de hand van de hoeveelheid van het AMH (anti-Müller Hormoon) in uw bloed. Dit is een merkstof die aangeeft hoe uw eierstokken zullen reageren op de stimulatie met gonadotrofinen (Rekovelle®). Deze op uw specifieke situatie aangepaste dosering helpt om de kans op over- of onderstimulatie te verlagen.

Daarnaast is uw lichaamsgewicht van belang voor het bepalen van de juiste dosis.

Tijdens de behandelcyclus wordt de dosis niet aangepast. Als uw lichaam te zwak of te sterk reageert op de behandeling kan de behandelend arts besluiten de behandeling met Rekovelle® stop te zetten. Bij de volgende behandelingscyclus zal de behandelend arts u in dat geval een hogere of lagere dagelijkse dosis Rekovelle® geven, dan u daarvoor kreeg.

Vaak (kan tot 1 op de 10 mensen treffen) voorkomende bijwerkingen zijn:

•           Hoofdpijn
•           Misselijkheid
•           Ovarieel hyperstimulatiesyndroom
•           Bekkenpijn en bekkenklachten, waaronder pijn en klachten die in de eierstokken ontstaan
•           Vermoeidheid

Kijk voor overige bijwerkingen in de patiëntenbijsluiter

Gesplitste dosering: Het kan zijn dat er meer dan één pen nodig is om uw voorgeschreven dosis te voltooien. Als u niet de volledige dosis kunt instellen, betekent dit dat er niet meer voldoende geneesmiddel in de pen zit. U moet dan een injectie met gesplitste dosis toedienen of uw huidige pen weggooien en een nieuwe pen gebruiken voor de injectie.

Zie “Een gesplitste dosis REKOVELLE toedienen” op pagina 22 en 23 voor voorbeelden hoe een gesplitste dosis moet genotereerd en berekenent worden.

Wanneer het pijltje voor de dosering tussen twee streepjes staat, noteert u de waarde die het dichts bij ligt. Voor de restdosering stelt u de Rekovelle®-pen in op deze genoteerde waarde.

Neem contact op met de behandelend arts als u vergeten bent de restdosering te noteren en dus niet een volledige dosis hebt kunnen injecteren.

Het kan zijn dat er enkele druppeltjes uit het uiteinde van de naald komen als een patroon is geïnstalleerd.

Draai de doseerknop naar rechts tot de voorgeschreven dosis naast de dosisindicator in het doseervenster staat.
U kunt de dosis omhoog of omlaag corrigeren zonder verlies van geneesmiddel, door de doseerknop in een van beide richtingen te draaien tot de juiste dosis naast de dosisindicator staat.

Als de Rekovelle®-pen niet wordt ontlucht, kan er wat lucht in de pen aanwezig blijven. Als een dergelijke hoeveelheid lucht onderhuids wordt geïnjecteerd, levert dat geen risico of schade op. Wel is de dosis iets lager doordat er in plaats van het geneesmiddel een hoeveelheid lucht is geïnjecteerd. Daarom is het aanbevolen dat u de stappen van ontluchten van uw Rekovelle®-pen herhaalt. Injecteer niet opnieuw de dosis maar wacht af tot het volgende moment van toedienen.

Zie voor overige informatie over Rekovelle® de bijsluiter of raadpleeg je arts of apotheker.

RVG code

Vanwege wetgeving hebben alleen patiënten die met <product>® worden behandeld toegang tot deze informatie. Daarom hebt u alleen toegang tot deze inhoud nadat u de RVG-code hebt ingevoerd. Deze code staat op de verpakking.

Bedankt! Je bericht is verstuurd.
Niet mogelijk om je bericht te sturen. Controleer de fouten en probeer opnieuw a.u.b. .

Vul de nummers van de RVG-code hierboven in. Zonder letters, streepjes of koppeltekens.